De woordenschat op de skipiste: enkele uitdrukkingen

(2)

Skiën en snowboarden zijn echte passiesporten, en daar hoort natuurlijk een specifieke taal bij. Hier vind je enkele uitdrukkingen en woorden om als een echte kenner te praten op de piste!

Om je te kunnen oriënteren en je techniek te verbeteren, kan je maar beter de omgeving van de skiër begrijpen. We beginnen dus met de basis: bergopwaarts ("amont") wijst op het berggedeelte dat zich boven de skiër bevindt. Bergafwaarts ("aval") is dus het deel waar de skiër wil gaan "riden" of skiën.

Tip: om het verschil te onthouden, leggen we de etymologie van de termen even uit: in "amont" (bergopwaarts) lees je "mont", als in "montagne" (bergen); in "aval" (bergafwaarts) lees je "val", als in "vallée" (dal).

OMG! Je kijkt 's ochtends door het raam en ziet geen verschil meer tussen aarde en lucht? Alles is wit? Het is een "jour blanc" ("witte dag", ook wel "whiteout" genoemd)! Zet je skibril op en matig je snelheid bij het afdalen om ongelukken te vermijden.

 

 

Haal je "fats" boven, er is "peuf"!

Dat zinnetje hoor je vaak aan de voet van skipistes. "Peuf" is overvloedig gevallen verse sneeuw. Het wordt ook wel poedersneeuw , "powpow" of poeder genoemd. Skiërs en snowboarders zijn dol op dit soort sneeuw. Test het uit en je weet waarom!

Om je te wagen op poedersneeuw ("peuf") schaf je je best een goed paar "fats" aan. Dat zijn heel brede ski's waarmee je gemakkelijk vooruitkomt en "drijft" op poedersneeuw.

 

Goed om weten

Buiten de piste gaan kan gevaarlijk zijn. Je hebt hiervoor een optimale fysieke conditie, begeleiding van een expert en aangepast materiaal nodig. Een lawinepieper is trouwens verplicht.

Wax je ski's, slijp de kanten en stel je bindingen af

Neem een goede gewoonte aan wanneer het gaat om het onderhoud van je skimateriaal. Goed geslepen kanten (metalen zijkanten van je ski's of snowboard) zorgen voor een goede grip tijdens de afdaling. Je moet ook je materiaal waxen wanneer er wat slijtage op zit.

De wax is een coating van was. Wanneer je een laag wax aanbrengt op het belag van je ski's of snowboard verbetert de glijkwaliteit en de grip op sneeuw. Dat werkje duurt niet lang en je kan hiervoor terecht in het atelier van je Decathlon-winkel. Net als voor de afstelling van je bindingen! Met noses (ski's) en een board die zo goed als nieuw zijn, wordt het riden ("glijden") nóg leuker.

 

De woordenschat op de skipiste: enkele uitdrukkingen

 

Hij deed een "grab" toen hij uit de "halfpipe" kwam!

Het snowpark is misschien wel de plaats waar de meeste technische termen je om de oren vliegen. Een snowpark is dé plek bij uitstek voor freestyle en bestaat meestal uit verschillende elementen.

De big air is een immens grote springplank. Op de stalen rails kan je verschillende meters ver grinden of sliden (glijden in evenwicht). De gang in de vorm van een halve tunnel is de halfpipe. Hier kan je snelheid nemen om tal van tricks te doen, zoals:

  • de grab: je neemt je ski's of snowboard vast tijdens de sprong!
  • de 180, 360, 720…: je maakt een halve draai, een draai, een dubbele draai, terwijl je springt! Eenvoudig toch?
  • de flip: je doet een voorwaartse of achterwaartse salto.

Je merkt het: tricks (figuren) zijn niet voor iedereen weggelegd... Maar of je nu in ploeg of in schuss (snel en recht) skiet; en of je nu in "fakie" of in "switch" (omgekeerd de piste afkomen) snowboardt, het allerbelangrijkste is dat je geniet op de pistes en dat je skiet of snowboardt volgens je eigen niveau.

Veel sneeuwplezier!

Pauline MARTIN (NL)
Dialog leader
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Score geven
HAUT DE PAGE